Nieuws

Analyse: CliŽntenmobiliteit in de welzijnssectoren

Lunch-infosessie: Wisselwerking tussen Vlaams-Brabant en Brussel: Cliëntenmobiliteit in de welzijnssectoren

De BWR nodigde op 23 juni 2015 Tine De Rijck, coördinator sociale planning van de Dienst welzijn van de provincie Vlaams-Brabant uit op een lunch-infosessie om haar expertise te delen over de grensoverschrijdende mobiliteit (dagelijks of voor langere periode) tussen Brussel en Vlaams-Brabant voor verschillende welzijnssectoren.

Het steunpunt sociale planning onderzocht de bewegingen van mensen tussen Vlaams-Brabant en  Brussel om een zicht te kunnen krijgen op de tekorten in het aanbod van welzijnsvoorzieningen. De resultaten hiervan verschenen in de publicatie ‘Wisselwerking Vlaams-Brabant en Brussel’ dat u hier kunt raadplegen.

De wisselwerking tussen Vlaams-Brabant en Brussel

Tine De Rijck stelde dat alles wat in Vlaams-Brabant gebeurt moeilijk lost valt te zien van wat er zich in Brussel afspeelt. In de periode 2008-2012 verhuisden er meer dan 66.000 mensen naar Brussel en vertrokken er zo’n 33.000 mensen uit de hoofdstad. Vaak wonen mensen eerst in Brussel voordat ze naar de rand verhuizen. In die periode was een aangroei van 16800 mensen, naast nog een natuurlijke aangroei van een kleine 5000. Er is zeker geen sprake van een migratieoverstelping, de opvallendste stijging vond nog steeds plaats in de jaren ’60. Daarna zien we enkel een lichte stijging.

Het zijn vaak ouders met jonge kinderen die verhuizen van Brussel naar de rand, omgekeerd zijn het eerder jonge alleenstaanden. We kunnen daarom spreken van een verjonging in de brede rand. Opvallend is dat er meer Oost-Europese nationaliteiten bijkomen. Op socio-economisch vlak zien we dat de rand rijker is dan Brussel (41% lage inkomens), wie vanuit Brussel naar de rand verhuist, heeft vaak een hoger inkomen. De meerderheid van de verhuizingen gebeurt naar naburige gemeenten.

Er wordt ook heel wat gependeld in Vlaams-Brabant en Brussel: zo’n 381.000 pendelaars verplaatsen zich iedere dag naar Brussel, waarvan 1/5 uit de brede rand. Ongeveer 63.000 mensen pendelen vanuit Brussel naar andere plaatsen. Ook schoolpendel vormt een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verplaatsingen: 3300 leerlingen gaan vanuit Brussel naar de rand, omgekeerd zijn dat er zo’n 7600. Voor het Franstalig onderwijs gaat het om grotere getallen, zo’n 27.000 leerlingen gaan vanuit de brede rand naar Brussel.

Hoe zit het dan met de cliëntenmobiliteit in de welzijnssectoren?

  • Kinderopvang: 164 Brusselse kinderen worden opgevangen in de rand, omgekeerd gaat het om een 1000-tal kinderen. Afstand, de werkplek van de ouder en taal spelen hierin een rol.
  • Bijzondere Jeugdzorg: Het aanbod is zeer beperkt, waardoor jongeren in de kou blijven staan.
  • Algemeen welzijnswerk: Er zijn twee CAW’s in Vlaams-Brabant en één in Brussel. Heel wat inwoners van Vlaams-Brabant gaan naar Brussel, maar nauwelijks omgekeerd. Dit komt onder andere doordat er een onderaanbod is in Vlaams-Brabant. Vaak zijn het alleenstaande niet-Belgen die van het aanbod van het CAW gebruik maken.
  • GGZ: In Vlaams-Brabant zijn er drie centra, in Brussel één + de Franstalige en bicommunautaire tegenhangers. Tussen 2010 en 2012 waren er zo’n 5800 cliënten in Vlaams-Brabant, waarvan een 100-tal uit Brussel. In Brussel zelf gaat het om een kleine 1000 cliënten, waarvan 8% uit Vlaams-Brabant. Cliënten worden meestal geholpen in het werkingsgebied waar ze wonen.
  • Voorzieningen voor personen met een handicap: in 2013 waren er meer dan 327.000 mensen in Vlaanderen en meer dan 39.000 mensen in Brussel met een erkende handicap. Gemiddeld zijn er zo’n 34,4 per 1000 inwoners met een erkende handicap in Brussel. Dit aantal is veel groter in het Pajottenland en in het Hageland (oudere bevolking). Er zijn er weer minder in de rijkere zuidoostelijke gemeenten. Er zijn minder VAPH-erkenningen (1739) in Brussel omwille van de taal en de cultuurverschillen. Phare erkent er dan weer 11000 en biedt dan ook het grootste aanbod aan (vooral gericht op jongeren/semi-internaat + handicapspecifiek). Waar personen met een handicap naartoe gaan is eerder afhankelijk van de knowhow dan van de locatie. De tekorten blijven echter overal.
  • Opvang van thuislozen: De opvangcapaciteit in Vlaams-Brabant is uiterst beperkt. In Brussel zijn er 1160 plaatsen in erkende opvangcentra. Brussel zal dus eerder mensen uit Vlaams-Brabant opvangen.
  • Woonvoorzieningen voor ouderen: Er zijn zo’n 15.000 rusthuisbedden in Brussel (vooral van de GGC en COCOF). Er wordt wel een toestroom naar Brussel verwacht. Daarnaast zijn er 1300 serviceflats in Brussel en een kleine 2200 in Vlaams-Brabant. Mensen met een hoger inkomen zullen eerder kiezen voor een serviceflat dan voor een rusthuis.

Conclusie

Brusselse voorzieningen werken ook voor de ruime rand, omgekeerd is dit veel minder. Er is een sterke wisselwerking tussen Vlaams-Brabant en Brussel, maar ook is er een tekort aan welzijnsvoorzieningen in Vlaams-Brabant.

 



Datum: 24/06/2015

Terug

 
© 2005, Brusselse Welzijns- en gezondheidsRaad
Lakensestraat 76, bus 3
1000 Brussel

 
info@bwr.be
Tel 02 414 15 85 - Fax 02 414 17 19
Rek.nr.: IBAN BE21 4352 2672 0103
 
Logo VGC