Nieuws

Samenwerking werkt

Op 27 oktober 2015 vond het Intersectoraal Netwerkmoment plaats in het kabinet van collegelid Bianca Debaets. Op dit netwerkmoment rond personen met een (vermoeden van) handicap en kinderen en jongeren met een specifieke zorgbehoefte stond samenwerking centraal. Het is ondertussen al het derde netwerkmoment. Het eerste was een kennismaking tussen de VAPH-sector en CAW Brussel, Familiehulp en Elmer, het volgende bracht nog meer sectoren samen rond het nieuw ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap. Voor dit derde netwerkmoment was de belangstelling nog groter. Vier goede praktijken werden voorgesteld waarna de deelnemers in intersectorale overlegtafels zelf aan het woord kwamen. De conclusies werden later in groep voorgesteld.



Over de hele lijn bleek dat samenwerking werkt. Er zijn echter wel wat voorwaarden om samenwerking te laten slagen. Zo vonden de deelnemers dat er een zekere regelluwte nodig is om te kunnen experimenteren met verschillende methodieken en samenwerking toe te laten. De groep vreesde bovendien dat de huidige werkdruk een bedreiging vormt voor deze samenwerkingen. Daarom pleitte ze voor een structurele inbedding en formele afspraken, mobiel onthaal, minder registratie of de mogelijkheid om subsidiemiddelen op te sparen.



De groep was erg positief, zowel over de goede praktijken als over de uitwisseling die samenwerking over de sectoren heen met zich meebrengt, hierbij dachten ze aan een zorgknooppuntoverleg, de overdracht van methodieken, de fysieke nabijheid en de mogelijkheden die RTH (rechtstreeks toegankelijke hulp) biedt tot samenwerking. Ook zagen ze heil in een soort van speeddating georganiseerd vanuit het BROG: er is namelijk nog steeds nood aan het elkaar beter leren kennen. Opnieuw werd de rol benadrukt van een intersectoraal netwerker die dit faciliteert. De aanwezigen willen ook graag meer contacten met scholen, de geestelijke gezondheidszorg, OCMW's en anderstalige partners.



Het is een grote meerwaarde dat cliënten niet meer uit de boot vallen, ze worden opgepikt in een samenwerkingsverband (een organisatie hoeft begeleiding niet alleen te dragen) en organisaties kunnen flexibel en snel inspelen om een netwerk rond de cliënt op te bouwen. Ook het Brussels beleid is betrokken, wat volgens de deelnemers als voorbeeld kan dienen voor Vlaanderen.



Tot slot reflecteerden de gebruikerszijde, hogeschool Odisee (sociaal agogisch werk) en het beleid over het netwerkmoment:




  • Personen met een handicap vragen enkel: doe niks voor ons zonder ons. Ze vinden de innoverende manier van werken in Brussel een goed voorbeeld voor Vlaanderen. Ook het beleid speelt hierin een voorbeeldrol door middelen te voorzien voor projecten rond bruggenbouwers of intersectoraal werken.

  • Voor een school is het belangrijk om met de voeten in het werkveld te staan. Deze wisselwerking is belangrijk. Maatschappelijke veranderingen worden opgenomen in het curriculum, stages en bachelorproeven kunnen resulteren in een project of methodiek.

  • Het beleid staat open voor samenwerkingen met het werkveld om zich te laten inspireren. Het is net de kracht van de VGC dat zij dicht bij het werkveld staat en op die manier kan faciliteren en flexibel en snel kan inspelen op wat er leeft in de verschillende sectoren. Met dit evenement laat het beleid zien dat het kabinet als ontmoetingsplek kan dienen, als het ware een open huis om elkaar te ontmoeten.



De intersectoraal netwerker bekijkt samen met het BROG welke stappen in de toekomst nog kunnen ondernomen worden. Dit netwerkmoment was zeker geen afsluitmoment. Integendeel, de netwerker riep de aanwezigen op om nieuwe samenwerkingen aan te gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd.



  




Datum: 27/10/2015

Terug

 
© 2005, Brusselse Welzijns- en gezondheidsRaad
Lakensestraat 76, bus 3
1000 Brussel

 
info@bwr.be
Tel 02 414 15 85 - Fax 02 414 17 19
Rek.nr.: IBAN BE21 4352 2672 0103
 
Logo VGC